Hoe werkt de OV-chipkaart?

Je kunt alleen met de OV-chipkaart reizen als je hem hebt geladen met saldo of met een geldig reisproduct. Dit kun je doen bij de RET Verkoop- & oplaadautomaten in alle metrostations of bij een Oplaad- & ophaalautomaat bij jou in de buurt.

Als je wilt beginnen met reizen, check je in met je kaart. Dat doe je door de kaart op ongeveer een centimeter afstand stil voor het OV-chipkaartlogo op de kaartlezer te houden. Het systeem controleert dan automatisch of je voldoende saldo of een geldig reisproduct op de kaart hebt staan. Wanneer je op saldo reist, houdt het systeem bij het inchecken meteen een borgbedrag in.

Om aan het einde van je reis uit te checken, houd je de kaart weer voor de kaartlezer. Reis je met saldo, dan worden de reiskosten direct verrekend. Reis je met een reisproduct, dan volgt de eindcontrole. 

Altijd in- en uitchecken, ook als je overstapt
Stap je over op een ander voertuig, bijvoorbeeld van metro naar bus, dan moet je altijd eerst uitchecken en vervolgens in het andere voertuig opnieuw inchecken.

Borgsom
Elk vervoerbedrijf heeft een eigen borgsom bepaald. Bij de RET is die borgsom per reis 4 euro (bij de BOB-bus is dat € 4,65). Wanneer je aan het einde van je reis uitcheckt, berekent het systeem de kosten van de reis. Zijn die reiskosten lager dan de borgsom, dan wordt het verschil meteen teruggestort op je kaart. Je hebt altijd een positief saldo nodig om met je OV-chipkaart te kunnen reizen. Zodra je een negatief saldo hebt (dus onder de nul euro), moet je eerst nieuw saldo op je kaart zetten voordat je weer kunt reizen. Je kunt maximaal 150 euro op je OV-chipkaart laden, maar dat raadt de RET af, in verband met het risico van verlies of diefstal.

Kijk hier voor meer informatie.