Ik zat een hele nacht nuchter in de BOB-bus

Sam de Jong


Wat doe jij op zaterdagavond? Ik ga vaak Rotterdam in met vrienden. Rond middernacht pak ik dan de bus richting de stad. Een aantal uren, clubs en drankjes later roept een vriendin dat het nu wel tijd is om naar huis te gaan. Meestal blijf ik dan nog een uurtje door dansen (sorry Sanne) en gaan we na een kort bezoek aan de MC Donalds met z’n allen richting de BOB-bus. Tegen de tijd dat ik in de bus zit ben ik helemaal kapot. De busreis lijkt dan wel een eeuwigheid te duren maar is nooit saai. In de bus zitten veel verschillende types, elke week gebeurt er wat nieuws en ben je weer met andere mensen in gesprek.
Maar hoe ziet zo’n reis in de BOB-bus er uit als je niet uit bent geweest. Wat voor types kom je nu tegen? En vooral, hoe kijk je hier tegenaan als je wel wakker en nuchter bent? Ik was hier heel erg benieuwd naar en dacht bij mezelf, waarom niet? Ik sla een weekje stappen over en ga een hele nacht nuchter in de BOB-bus zitten.

01.37 uur, vertrek
Ik vertrek vanaf Krimpen aan den IJssel met BOB-bus B4 richting Rotterdam Centraal.
Voor het uitgaansleven is de avond pas net begonnen dus de bus is nog zo goed als leeg. Ik praat even met buschauffeur Maainder. Het is een zachtaardige Surinaamse man die trots is op zijn werk. Hij vertelt mij dat hij voor een BOB-bus dienst tot een uur of half elf slaapt. De maandag na het weekend hoeft hij dan nooit te werken. Hij noemt zichzelf een buitenmens en vindt het fijn om met mensen te werken. Hij houdt wel van een praatje en vertelt dat er ‘s nachts vooral veel vrolijke mensen instappen. Die hebben dan wat leuks gedaan of zijn een beetje dronken.
In de bus is het nog steeds zo goed als leeg.  Zodra we meer richting het centrum komen stappen er meer mensen in. Een aantal van hen ziet er wel feestelijk uit. Zullen ze naar een feestje gaan?

02.13 uur, wachtruimte buschauffeurs
Op Rotterdam Centraal stap ik uit. Ik groet Maainder en loop richting de wachtruimte van de chauffeurs. Hier heb ik een afspraak met buschauffeur Ron, de rest van de avond zal ik met hem mee rijden. Als ik richting de wachtruimte loop zie ik allemaal mannen en vrouwen in gele hesjes. Ze zien er uit alsof ze wel tegen een stootje kunnen. Het zijn de medewerkers van afdeling Veiligheid van de RET die nu ook met hun dienst beginnen. Ze maken wat grappige opmerkingen naar elkaar, er hangt een hele gezellige sfeer. Ron is er nog niet, dus ik maak een praatje met Cor van Veiligheid. Samen met zijn collega’s staat hij vannacht bij de drukke haltes van de BOB-bus om ervoor te zorgen dat alles rustig verloopt.

Meestal gebeurt er niet heel veel bijzonders. Een aantal dronken mensen, mensen die niet willen betalen of mensen die in de bus gaan roken. Chauffeurs hebben toch het meest last van het dronkenschap. ‘’Natuurlijk maak je ook wel eens een vechtpartij mee,’’ vertelt Cor. Bij de wachtruimte is het nu een en al gezelligheid, maar als de medewerkers van Veiligheid een oproep binnen krijgen over een vechtpartij of iets dergelijks kunnen ze heel snel schakelen om dit op te lossen. Agressie in het openbaar vervoer wordt volgens Cor onderschat. ‘’Het hoort bij het werk, het begint normaal te worden om uitgescholden of bespuugd te worden.’’ Cor werkt al elf jaar bij de RET en vindt dat de agressiviteit is toegenomen in de afgelopen jaren. Door de OV-chipkaart is het tegenwoordig moeilijker om zwart te rijden, daar tegenover staat wel agressiviteit. Eind van de maand is het volgens Cor meestal wat drukker. ‘’Dan wordt bij iedereen het salaris gestort en hebben mensen iets meer te besteden. Ze gaan dan meer leuke dingen doen.’’
Ik ben onder de indruk van de medewerkers van Veiligheid. Ondanks de ellende die ze meemaken hebben ze een hele positieve houding en doen ze hun werk met plezier. Ik vind dat knap. Een chauffeur in de wachtruimte is ook erg positief over de collega’s van Veiligheid. ‘’Sommige reizigers zijn agressief en niet voor reden vatbaar, dan zijn de collega’s van Veiligheid met één druk op de knop binnen vijf minuten aanwezig om het op te lossen.’’
‘’Het grootste deel van de mensen die ’s nachts de bus neemt is gezellig en heeft een leuke avond gehad. Het gebeurt wel eens dat er gekotst wordt in de bus, dan pakken we een dweil en ruimen het zelf op.’’

02.45 uur, huilende meisjes
Dan zie ik opeens een hele andere kant van de medewerkers van Veiligheid. Er komen twee huilende meisjes aan die door een van de medewerkers naar binnen begeleid worden. Ik denk niet dat het normaal gesproken de bedoeling is om reizigers in de wachtruimte te laten maar de meisjes mogen even rustig gaan zitten. Wat mooi dat ze de tijd nemen om de meisjes te kalmeren. Ze proberen iemand te bellen maar er wordt niet opgenomen. Ik ben heel benieuwd wat er aan de hand is, ze zijn duidelijk erg overstuur. Na een paar minuten lopen ze weer gerustgesteld naar buiten.
Er wordt naar buiten gewezen. ‘’Daar zal je hem hebben,’’ wordt er lachend geroepen. Ze hebben het over Ron. Terwijl ik naar buiten kijk komt er een bezorgscooter aangereden. Ron rekent af en komt met een tasje vol Surinaamse broodjes de wachtruimte in.

Ron is een kleine man met een vrolijk gezicht. Hij heeft net zijn eerste rit achter de rug en heeft even tien minuten pauze. Ron deelt wat broodjes uit, het is nu nog gezelliger in de wachtruimte. Wanneer Ron zijn broodje op heeft is het al weer tijd om te gaan. 

02.54 uur, Brenda en Marieke
We vertrekken in BOB-bus B16 richting Ridderkerk.
Bij halte Weena staan er best veel mensen te wachten. Ik heb zo’n gevoel dat deze busreis een stuk drukker gaat worden dan de vorige. Een aantal mensen stapt in. Tot nu toe komen de reizigers nuchter over. Het is een hele gemixte groep mensen. Veel jongeren, en een aantal die ik rond de veertig schat. Sommigen zijn duidelijk net uit geweest voor een drankje of naar de club, ze zijn de avond nog aan het nabespreken.
Naast mij zitten twee meisjes. Laten we ze even Brenda en Marieke noemen. Brenda en Marieke dragen beiden een rokje met panty, een nette jas met sjaal en korte laarsjes. Ze hebben beiden een stempel met ‘SKI’ op hun hand. Ik neem aan dat het een stempel van de Skihut is. Ik krijg het idee dat de meiden net achttien zijn en voor de eerste keer uit zijn geweest. Ze gaan netjes op tijd naar huis en waren niet echt gekleed op de Skihut.

We rijden de Erasmusbrug over en ik kijk uit over Rotterdam in lichtjes. Het is me nooit opgevallen dat dit ‘s nachts zo mooi is om te zien. Ook rijden we langs het hoofdkantoor van de RET. Ik zwaai nog even maar gek genoeg zwaait niemand terug.
Ik ga even bij Ron staan. Voor hem zijn z’n collega’s net familie. Hij vindt het belangrijk een goede band met ze te hebben. Hij verteld me dat hij veel plezier heeft in het werk dat hij doet. Dat is ook wel aan hem te zien.
Bij een volgende halte wil er een jongen instappen. Hij heeft vijf euro bij zich, maar een kaartje kost hem vijf euro en vijftig cent. ‘’Dat gaat ‘m niet worden vriend,’’ hoor ik buschauffeur Ron zeggen. De jongen gaat het toch proberen. ‘’Ah joh kom op, vijftig cent,’’ zegt hij. ‘’Nee kerel, het gaat ‘m echt niet worden. Of jij stapt uit of ik stap nu uit.’’ De jongen stapt toch maar uit.
Ik heb gemerkt dat de regels voor Ron wel belangrijk zijn. Met vijf euro kom je niet binnen, voeten mogen niet op de stoelen en je Big Mac menu gaat echt niet mee naar binnen. Ron pakt dit, naar mijn mening, heel goed aan. Hij spreek op een toon die vriendelijk, maar toch streng is. Het is duidelijk dat de reizigers hier respect voor hebben want ze luisteren goed naar hem.

Ron neemt overal de tijd voor reizigers. Als mensen niet zeker weten of ze de goede bus hebben blijft hij gerust een paar minuten staan om deze persoon uit te leggen waar ze heen moeten. Dit gaat uiteindelijk van zijn eigen pauze af. Hij komt dan namelijk later aan op station Rotterdam Centraal, maar moet wel gewoon weer op tijd weg. En helpen heeft Ron deze rit veel gedaan. We komen om 04:06u aan op Rotterdam Centraal. Over een minuut begint de volgende rit al. Geen pauze voor ons.

04.07uur, Joey van de Domino’s
We vertrekken in BOB-bus B5 richting Schollevaar.
Ik ben dit keer helemaal achterin de bus gaan zitten, zo heb ik een overzicht over de hele bus. Het is inmiddels wel wat later dus ik verwacht meer mensen in de bus die de stad in geweest zijn. Op het Weena staat er een massa van mensen. Achterin komt er een vriendengroep zitten die denk ik net uit zijn geweest. Het zijn drie jongens en twee meisjes. Ik schat ze rond de achttien jaar. Een van de jongens checkt zijn saldo. Hij heeft waarschijnlijk veel uitgegeven vandaag. Rechts van mij zit een meisje met een strakke lage staart met scheiding en een winterjas met bontkraag. Links zit een meisje met een houding alsof het haar allemaal niet zo veel kan schelen. De gesprekken tussen de groep gaan eigenlijk helemaal nergens over, maar het is heerlijk om naar te luisteren. Veel zelfrespect hebben ze in ieder geval niet. Een van de meiden vertelt aan de groep dat ze ‘’Joey van de Dominos genaaid heeft.’’ De andere meid reageert daarop met; ‘’maar jij hebt iedereen van de Dominos genaaid.’’ Ik moet me inhouden om niet te gaan lachen. Zo ging het de hele rit.

05.15 uur, de laatste rit
We vertrekken in BOB-bus B4 richting Krimpen/Capelle.
Deze buslijn neem ik zelf ook na het uitgaan wel eens om naar huis te gaan. Toevallig is dit de laatste rit van vannacht, dan kan ik straks gelijk thuis uitstappen.
Bij station Rotterdam Centraal stappen er al meerdere mensen in. Ik ga weer achterin zitten. Bij het Weena zie ik weer een grote groep mensen staan. Er stappen wat mensen in, ze nemen een walm van alcohol met zich mee. De bus zit helemaal vol. Achterin komt een groepje van vijf meiden zitten. Eén van de meiden had niet genoeg geld op haar OV-kaart staan. Samen verzamelen ze de vijf euro vijftig die het meisje nodig heeft. Iets verder naar voren zie ik twee meisjes zitten die er exact hetzelfde uit zien. Van kleding tot make-up, alles is dezelfde stijl. Ze zullen het zelf wel niet door hebben maar origineel zijn ze niet. Aan de andere kant van het pad zit een meisje waar ik wel mee te doen heb. Ik noem d’r even Kim, want ik vind het wel een Kim. Kim kwam net alleen de bus binnen lopen en vertelde Ron dat ze er bij Capelsebrug uit moet. Ze heeft duidelijk een drankje te veel op. Ze ziet een beetje wit. Haar hoofd probeert ze te laten rusten op haar hand, ze hangt een beetje naar voren dus haar haren hangen voor haar gezicht. Soms schrikt ze even wakker en kijkt ze op waarna ze meteen weer in slaap valt. Ik vind het bijzonder dat ze hier in deze toestand helemaal alleen zit.
Iedereen ziet er moe uit. Sommigen beginnen meteen te slapen. Anderen zakken later pas in. Het groepje meiden is wel nog wakker. Ze hebben het over hun avond. Ze zijn naar De Beurs geweest. Een van de meiden vertelt dat ze net achttien is geworden en daar een stempel voor ging halen. Ook hoor ik dat twee van de meisjes op de bar hebben gedanst en dat ze ‘’echt de leukste waren hoor’’. Verder gaat het gesprek nu vooral over jongens. Ondertussen heeft Kim het nog steeds heel moeilijk, ik hoop niet dat ze gaat kotsen. Ze zakt een beetje weg en stoot per ongeluk haar hoofd. Ze kijkt een beetje verward om zich heen. Ik denk dat ze herkent waar ze is want ze probeert te staan. Met moeite houdt ze zich vast en checkt ze uit. Ik hoop maar dat ze haar huis haalt.
Kim is trouwens niet de enige die er uit ziet alsof ze er klaar mee is. Als ik een beetje om me heen kijk zie ik overal mensen die duidelijk al iets te lang wakker zijn. Ze zullen er vast heel leuk uit hebben gezien voor ze thuis weg gingen, maar daar is nu bij de meesten niet veel meer van te zien. Zit ik er ook altijd zo bij?  Nu ik het met een nuchtere blik bekijk is het niet heel charmant. Als ik er ook zo uit zie na het uitgaan is het misschien maar beter als ik gewoon niet meer ga. Het zou leuk zijn als ik mij daar ook echt aan kon houden.
De meiden kletsen gezellig door over hun avond en roddelen wat over jongens. Naast mij zit een jongen met koptelefoon op. Ik dacht dat hij muziek aan het luisteren was en niks door had. Uit het niets gaat hij een beetje lachend wat rechterop zitten en zegt hij; ‘’sorry maar ik ben hier echt veel te nuchter voor hoor, ik heb net gewerkt.’’ Ik lach en vertel dat ik al de hele nacht nuchter in de bus zit en dus weet hoe hij zich voelt. Wanneer ik kenbaar maak dat ik met dit artikel bezig ben begint er een hard gelach van de meidengroep. ‘’Oh nee, je schrijft dit toch niet allemaal op hè.’’ Er begint meteen een gesprek tussen alle reizigers die achterin zitten. Ze zijn erg benieuwd naar de dingen die ik ben tegengekomen. Ik praat nog een tijdje met de reizigers achterin. Bij Busstation Krimpen stap ik met de meidengroep samen uit. Ze wensen mij nog succes met het artikel.